De onderzoekseenheid wil zowel theoretisch als literair-historisch en empirisch onderzoek verrichten naar de profilering van literatuur en van de literatuurstudie binnen de context van een bredere cultuur. Meer concreet vertrekken wij van de volgende onderzoeksomschrijving:
Centraal in ons onderzoek voor de komende jaren staat de studie van literatuur via een samenspel van tekstuele en contextuele verschijnselen. Hoewel de groep in dit opzicht theoretische modellen wil uitwerken en een brede vraagstelling rond literatuur wil formuleren, spreekt het voor zich dat wij ook een grote aandacht zullen schenken aan de analyse van concrete casussen: diverse vormen van culturele en literaire ‘feiten’, diverse manifestaties van media, van institutionalisering, van teksttypes, van periodes en genres…
Concreet zullen wij focussen op enerzijds de relatie tussen literatuur en de concrete culturele context waarin die literatuur verschijnt, en anderzijds op de wijze waarop literatuurtheoretische concepten ontstaan en bruikbaar gemaakt kunnen worden voor de studie van uiteenlopende culturele fenomenen. Literatuur als cultuur, maar tegelijk ook omgekeerd cultuur als literatuur. Het corpus en het blikveld kunnen dan in principe breed zijn. Tegelijk is echter de focus niet in de eerste plaats historisch of sociologisch – wij doen niet aan wat gemeenzaam ‘cultuurgeschiedenis’ wordt genoemd -- maar gedacht vanuit de eigenheid van de literatuur en de literatuurstudie. Dat ‘culturele studies’ binnen deze onderzoekseenheid mee een essentiële component vormt, hoeft geen betoog, maar het is geenszins de bedoeling om de werkzaamheden van de eenheid daartoe te beperken.
Meer specifiek is het zinvol om onze oriëntatie te omschrijven als een aandacht voor literatuur als vertoog (discours) in de dubbele betekenis daarvan: literatuur als een eigen vertoog (met eigen prioriteiten, eigen organisatieprincipes, een eigen legitimering) én literatuur als een vertoog dat interageert met andere culturele en maatschappelijke vertogen (de zgn. interdiscursiviteit en intermedialiteit). De studie van literaire teksten komt hier duidelijk aan bod, maar wordt expliciet gethematiseerd in relatie tot andere corpora en tot een samenspel van culturele en maatschappelijke verschijnselen. Zowel diachrone als synchrone onderzoekslijnen zijn hierbij prioritair. De thema’s die centraal staan, zijn onder meer de volgende:
Uit deze omschrijving wordt duidelijk hoe het vertoog van de creatieve literatuur in deze onderzoekseenheid systematisch gekoppeld aan dat van de literaire kritiek en de essayistiek én aan de wijze waarop de theorievorming van de literatuurstudie gestalte krijgt (conceptualisering, ontlening van concepten, interactie met het literaire vertoog zelf, met politieke en ideologische vertogen…). Tegelijk is er een nadrukkelijke aandacht voor de ‘literaire’ opbouw van andere culturele fenomenen, en voor de wijze waarop zij de literatuur beïnvloeden en omgekeerd door de literatuur worden beïnvloed.
| ZAP | AAP |
BAP |
||||
| K.U.Leuven |
Jan
Baetens Rita Ghesquière (Bijz. em.) Anneleen Masschelein Frederik Truyen |
Marijke
Malfroidt Sara Roegiers |
Mieke
Bleyen |
|||
|
Toneelhuis |
Erwin Jans | |||||
| Media en Design Academie Genk |
Patricia
Huion Liesbeth Huybrechts Thomas Laureyssens |
Secretariaat: Mia Hamels
Fac. Letteren
Blijde Inkomststraat 21
BE-3000 Leuven, Belgium
+32 (0)16 325041
fax: +32 (0)16 325068