
‘Tekst en interpretatie' onderzoekt de manier waarop literaire teksten geconstrueerd zijn en hoe die constructie de betekenis in literatuur bepaalt. Deze brede vraagstelling komt aan bod in de verschillende historische periodes en talen die het onderzoek van de OE bestrijkt: de Griekse Oudheid, de Middeleeuwen en de moderne periode vanaf de Verlichting in de Duitse, Italiaanse en Engelstalige cultuur. Bij het onderzoek van deze diverse literaturen staat de micrologische studie van de literatuur centraal en worden de retorische, narratieve, poëticale en linguïstische strategieën die in literaire teksten aan het werk zijn onderzocht vanuit specifieke theoretisch gereflecteerde benaderingen. In het domein van de Middelnederlandse literatuur wordt gepeild naar tekstgenese en receptie via onderzoek van de handschriftelijke overlevering, in de Klassieke Oudheid staat de studie van retorische strategieën en intertekstualiteit centraal. De studie van de moderne Italiaanse, Duitstalige en Engelstalige literatuur benadert de narratologische en semiotische aspecten van literaire teksten of belicht literatuur vanuit een posthermeneutisch perspectief. Een belangrijk kruispunt van de onderzoekslijnen, periodes en genres is de interactie van literatuur in haar talige en formele eigenzinnigheid met politiek, ideologie, religie, gender, identiteit en alteriteit, wetenschap en filosofie, kunst.
Geert H.M. Claassens (°1960) studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de K.U. Nijmegen en Oudfranse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Hij promoveerde in 1993 op het proefschrift De Middelnederlandse kruisvaartromans (Amsterdam 1993). Van 1992 tot 1995 was hij ‘Lektor für Niederländisch’ aan de Rheinische Friedrich-Wilhelmsuniversität te Bonn. Sedert 1995 doceert hij als voltijds lid van het ZAP Middelnederlandse letterkunde aan de subfaculteit Literatuurwetenschap van de K.U. Leuven. Hij publiceerde in binnen- en buitenlandse tijdschriften over uiteenlopende onderwerpen uit de Middelnederlandse letterkunde: over kruisvaart-, Karel- en Arturepiek, maar ook over religieuze, catechetische en hagiografische literatuur.
Ortwin de Graef (1963) studeerde Germaanse filologie aan de K.U.Leuven en Engelse literatuur aan de University of Hull. Hij is gewoon hoogleraar—onderzoeksprofessor FWO en doceert Engelstalige literatuur van de moderniteit. Hij is de auteur van twee boeken over Paul de Man en van talrijke artikels over postromantische literatuur en literatuurwetenschap. Zijn lopend onderzoek stelt scherp op esthetische ideologieën van de Staat, de sympathie en de wetenschap in de postromantische conditie.
Elke D’hoker (°1974) studeerde Germaanse filologie en Literatuurwetenschap aan de K.U.Leuven en de University of British Columbia. Ze is docent Engelse literatuur, met voornamelijk een onderzoeksopdracht. Haar onderzoekszwaartepunten zijn Engelstalig proza na 1850, feministische literatuurwetenschap en genderstudies, narratieve theorie en narratologie, Ierse studies en het genre van het kortverhaal. Zij leidt onderzoeksprojecten over het Ierse kortverhaal van vrouwelijke auteurs, de kortverhalencyclus en het ontstaan van het moderne kortverhaal in fin-de-siècle Engeland. In 2008 was ze visiting research fellow van de Institute of English Studies (University of London) en in 2008 visiting scholar aan de universiteiten van Boston University (Center for Women’s Studies) en Boston College (Irish studies program).
Anke Gilleir (°1969) studeerde Germaanse filologie aan de K.U.Leuven en Trinity College Dublin en promoveerde in 1998 in Leuven met een proefschrift over Johanna Schopenhauer en de Weimarer Klassik. Ze is hoofdocent Duitse literatuur in Leuven en was in 2008 research fellow aan de Humboldt Universität Berlin. Onderzoekszwaartepunten zijn Duitstalige literatuur van vrouwelijke auteurs (18de-21ste eeuw), Weimarer Klassik, literaire theorie en gender, literatuur en politiek in het modernisme, literatuur van minderheden in Duitsland en Europa.
Bart Philipsen (°1961) studeerde Germaanse filologie en filosofie aan de K.U. Leuven en aan de Albert-Ludwigs-Universität Freiburg im Breisgau (D). Hij promoveerde in 1992 met een proefschrift over literatuur en waanzin aan de hand van de laatste gedichten van Friedrich Hölderlin. Hij was postdoctoraal onderzoeker van de KU Leuven en het FWO tussen 1992 tot 2002, deeltijds docent sinds 1997 en is voltijds lid van het ZAP in de subfaculteit Literatuurwetenschap sinds 2002, in 2010 research fellow aan het Zentrum für Literatur- und Kulturforschung Berlin. Zijn onderzoeksveld is Duitse literatuur en filosofie vanaf de late 18de eeuw met de zwaartepunten: erfenis van idealisme en romantiek in 19de en 20ste eeuw, literatuur en filosofie, literatuur en ‘het politieke’, theater, tragedie en theorie, hedendaagse opvoeringspraktijken. Publicaties over o.a. Hölderlin, Schleiermacher, Fr. Schlegel, Kafka, Sebald, Celan, Heiner Müller,
Hedwig Schwall doceert aan de K.U.Leuven en de H.U.Brussel. Ze studeerde Germaanse filologie aan de K.U. Leuven en de Albertus Magnus Universität Köln, vervolgens psychoanalytische literatuurtheorie in Freiburg im Breisgau, waarna ze onderzoek deed naar W.B. Yeats in Cambridge. In haar proefschrift, Theatricality in W.B. Yeats (1992), gebruikte zij een psychoanalytische en deconstructionistische benadering van Yeats en drama in het fin de siècle. Sindsdien is de focus verschoven naar hedendaagse Ierse literatuur en trauma studies met aandacht voor de interactie van literatuur met schilderkunst. Zij is directeur van het Leuven Centre for Irish Studies dat in 2010 opgericht werd aan de KULeuven en is sinds 2009 president van de European Federation for Associations and Centres of Irish Studies (EFACIS).
Bart Van Den Bossche (°1966) studeerde Italiaanse literatuur, semiotiek en literatuurwetenschap aan de K.U.Leuven en aan de universiteiten van Turijn en Bologna. Hij promoveerde met een proefschrift over de mythe in het werk van Cesare Pavese. Van 1998 tot 2006 was hij postdoctoraal onderzoeker van het Onderzoeksfonds en het FWO, sinds 2006 is hij voltijds lid van het ZAP in de subfaculteit Literatuurwetenschap. Zwaartepunten in zijn onderzoek zijn: herschrijvingen van klassieke mythes, de problematiek van (en obsessie door) het "moderne" in de eerste helft van de twintigste eeuw, Italiaanse avant-garde en arrière-garde, realisme en modernisme.
Luc Van der Stockt (°1952) studeerde Klassieke Filologie aan de K.U.Leuven. Hij promoveerde met een proefschrift over opvattingen over literatuur in het werk van Plutarchus van Chaeronea. Hij is voltijds lid van het ZAP en voorzitter van de subfaculteit Literatuurwetenschap. Zijn onderzoek spitst zich toe op religieuze, filosofische, esthetische en compositorische aspecten van het oeuvre van Plutarchus, en op de Tweede Sofistiek.
Omid Azadibougar (Engelstalige literatuur)
Debbie Brouckmans (Engelstalige literatuur)
Maarten De Pourcq (Griekse literatuur)
Arne De Winde (Duitstalige literatuur)
Aditi Chand Rout (Engelstalige literatuur)
Stephanie Eggermont (Engelstalige literatuur)
Emma Grootveld (Italiaanse literatuur)
Jeroen Lauwers (Griekse literatuur)
Sientje Maes (Duitstalige literatuur)
Michiel Meeusen (Griekse literatuur)
Michiel Nys (Engelstalige literatuur)
Lene Rock (Duitstalige literatuur)
Frederik Van Dam (Engelstalige literatuur)
Carmen Van den Bergh (Italiaanse literatuur)
Marc Vercruysse (Griekse literatuur)
Pieter Vermeulen (Engelstalige literatuur)
Henri Bloemen (Lessius)
Jan Ceuppens (HUB)
Stef Craps (UGent)
Geert Crauwels (HUB)
Carolyn de Meyer (Lessius)
Natalie Dupré (HUB)
Paul Gillaerts (Lessius)
Gergely Juhasz (Lessius)
Inge Lanslots (Lessius)
Jan Roelans (HUB)
Hubert Schreurs (HUB)
Winibert Segers (Lessius)
Ludo Teeuwen (HUB)
Tom Toremans (HUB)
Hilde Van Belle (Lessius)
Steven Vervaet (Katho)
Anke Gilleir
Faculteit Letteren
Blijde-Inkomsstraat 21/3311
3000 Leuven
tel.: +32 16 324878
fax: +32 16 325068
email: anke.gilleir@arts.kuleuven.be
Mia Hamels
Faculteit Letteren
Blijde-Inkomststraat 21/3311
3000 Leuven
tel.: + 32 16 325041
fax: +32 16 325068
email: mia.hamels@arts.kuleuven.be