Voorstelling taal- en regiostudies: slavistiek en Oost-Europakunde

De Slavische wereld vertegenwoordigt een gigantisch cultuurgebied. De Slavische talen, waarvan het Russisch zowel in cultureel, historisch als politiek opzicht de belangrijkste is, vormen de grootste taalgroep in Europa. Sinds de val van het communisme en gezien de ingrijpende politieke veranderingen in Oost-Europa de laatste jaren, is de belangstelling voor Slavische talen sterk toegenomen.

De studie ‘slavistiek en Oost-Europakunde’ concentreert zich op twee regio’s: Rusland, het grootste Slavische land, en Polen, het belangrijkste West-Slavische land en het grootste Slavische lid van de Europese Unie.

De major is voor alle studenten slavistiek en Oost-Europakunde dezelfde. Je specialiseert je gedurende je bacheloropleiding in de twee talen en de letterkunde, geschiedenis en cultuurgeschiedenis van de beide regio’s.
Je krijgt ook een aantal opleidingsonderdelen van filosofische en wereldbeschouwelijke aard.

Naast de major kies je één specifieke minor: een verdiepende minor, waarbij je je verder verdiept in de Slavische taal- en letterkunde, of een verbredende minor, die je oriënteert naar maatschappijgerichte opleidingsonderdelen.