Deze studierichting richt zich op de talen, culturen en archeologie van het Nabije Oosten in de oudheid. Je kiest vanaf het begin voor één deelgebied: Egypte, Syrië-Palestina of de regio Syrië-Mesopotamië.
Elk van deze drie richtingen heeft een eigen major, opgebouwd uit opleidingsonderdelen die je kennis bijbrengen over de gekozen regio, maar ook over de omringende culturen. De focus ligt hierbij vooral op taal, maar er wordt ook veel aandacht besteed aan de geschiedenis, archeologie, kunst, religie en socio-politieke aspecten van het Oude Nabije Oosten.
Een aantal andere opleidingsonderdelen biedt een methodologisch kader om je vanuit een academisch standpunt met de wereld van het Oude Nabije Oosten bezig te houden. Je krijgt verder een aantal opleidingsonderdelen van filosofische en wereldbeschouwelijke aard. Ten slotte kies je een minor in de geschiedenis van de oudheid (voor wie geïnteresseerd is in de Hellenistisch-oosterse mengcultuur die in de late oudheid in het Nabije Oosten ontstond) of een minor in archeologie (die je opleidt in de archeologische methoden en technieken).