De Oud-Romeinse god Janus, god van ingangen en uitgangen, van deuren en poorten, van verleden en toekomst, werd traditioneel afgebeeld met twee gezichten en is vaak te zien op Romeinse munten. Hij was de oerkoning van Latium en stond aan de wieg van de Romeinse beschaving. Hoewel hij strikt genomen geen Griekse dubbelganger kent vertoont hij veel verwantschap met Hermes en zijn iconografie is schatplichtig aan Griekse modellen en dubbelhermen.
De hier getoonde Januskop springt uit de band door de variatie tussen het gebaarde en het geschoren gezicht dat aan een Grieks-Romeinse fusie doet denken of zelfs aan een mannelijke en een vrouwelijke tegenhanger.
De symboliek van deze mysterieuze god die zijn naam gaf aan de maand januari overleefde de oudheid: hij werd een geliefkoosde figuur in de Renaissance-kunst en in de alchemistische traditie duikt zijn portret vaak op als dat van de meester over de tijd en de eeuwigheid die tegelijk mannelijke en vrouwelijke trekken in zich draagt. In de psychologie van Carl Gustav Jung wordt hij tot symbool voor de Animus-Anima leer, het mannelijke en het vrouwelijke principe in elke mens.