PDF-versie: NL_LETT_doctopl.pdf (86 Kb)
De doctoraatsopleiding heeft ten doel competenties (inhoudelijk, methodologisch, technisch, communicatief, persoonlijk) te verwerven die de doctorandus/a helpen om het doctoraatsproject succesvol af te ronden, en die nadien ook in een professionele context een meerwaarde betekenen voor de gedoctoreerde. Deze competenties worden verworven via verschillende kanalen, waaronder het onderzoek zelf, het contact met de promotor(en) en de leden van de begeleidingscommissie, het volgen en geven van seminaries, deelname aan internationale wetenschappelijke bijeenkomsten.
1. De basisopleiding bevat de verplichte onderdelen die elke doctorandus/a dient af te leggen. De doctoraatsopleiding is voltooid indien aan de elementen van de basisopleiding voldaan is.
2. Het aanvullend deel bestaat uit bijkomende activiteiten die elke doctorandus/a in functie van eigen noden en interesses volgt. Aan de hand van het competentieprofiel en het aanbod aan opleidingen bepaalt de doctorandus/a in overleg met zijn/haar promotor welke competenties voor hem/haar het meest relevant zijn en neemt in functie daarvan een aantal initiatieven. De faculteit Letteren zorgt, mede in de context van de doctoral school Humane Wetenschappen, voor een gediversifieerd aanbod.
De precieze definiëring van de vereisten sub art. 3 wordt door de subfacultaire doctoraatscommissie vastgelegd, in casu het overlegcomité van de subfaculteit (voorzitter, de coördinatoren van de onderzoekseenheden, plus een vertegenwoordiging van het ABAP.
1. Eén jaar na de start van het doctoraatsonderzoek wordt een korte schriftelijke rapportering van de doctorandus/a verwacht. De promotor vult een beoordeling van de voortgang in op het evaluatieformulier (Word / PDF) dat wordt ondertekend door de promotor(en) en de voorzitter van de subfacultaire doctoraatscommissie. De doctorandus/-a wordt geacht de schriftelijke rapportering aan het evaluatieformulier toe te voegen in bijlage.
2. Rond het einde van het tweede jaar moet de doctorandus/a, naast een korte schriftelijke rapportering, een mondelinge voorstelling geven van het al verrichte en nog geplande onderzoek, met aansluitend een bespreking met de leden van de begeleidingscommissie. De promotor vult een beoordeling van de voortgang in op het evaluatieformulier (Word / PDF) dat wordt ondertekend door de promotor(en), de leden van de begeleidingscommissie en de voorzitter van de subfacultaire doctoraatscommissie. De doctorandus/-a wordt geacht de schriftelijke rapportering aan het evaluatieformulier toe te voegen in bijlage.
De begeleidingscommissie is een commissie van minimum drie leden die binnen de twee jaar na de start van het doctoraat wordt aangesteld: met name de promotor en twee leden; of promotor, copromotor en een derde lid; ook postdocs mogen lid zijn van deze commissie; minstens één lid behoort tot een andere binnen- of buitenlandse universiteit
3. Na het derde en de eventueel volgende jaren tot aan de promotie geldt dezelfde procedure als voor het eerste jaar.
De doctorandus/a registreert de diverse activiteiten waaraan hij/zij in het kader van de doctoraatsopleiding heeft deelgenomen op het formulier doctoraatsopleiding (Word / PDF) dat hij/zij jaarlijks aan zijn/haar promotor ter goedkeuring voorlegt en waarvan een kopie aan de subfacultaire doctoraatscommissie wordt bezorgd. Aan het einde van de onderzoekstijd wordt het hele overzicht ter goedkeuring voorgelegd aan de subfacultaire doctoraatscommissie, die oordeelt of de doctorandus/a aan de verplichtingen van de opleiding heeft voldaan. Zonder die goedkeuring kan men niet tot de doctoraatsverdediging worden toegelaten.
De doctoraatsopleiding wordt binnen de faculteit Letteren georganiseerd door de subfaculteiten die verantwoordelijk zijn voor de domeinspecifieke invulling van de opleiding en het opvolgen van de administratie. De facultaire doctoraatsopleiding ressorteert onder de doctoraatsschool Humane Wetenschappen die zorgt voor coördinatie ter zake tussen facultaire en centrale bestuursorganen (in het bijzonder de dienst onderzoek).
NB: reglement in te voeren voor alle doctorandi die vanaf 1 januari 2009 de doctoraatsopleiding aanvatten; ‘oudere’ doctorandi hebben de keuze het vorige reglement te volgen of naar dit reglement over te stappen.