De Onderzoekseenheid Griekse Studies is ontstaan uit de samenvoeging van de vroegere afdeling Griekse Filologie en het Centrum voor Byzantinistiek. Tot het onderzoeksdomein van de personeelsleden behoren de Griekse taal en de analyse en editie van Griekse literaire teksten door de eeuwen heen: de verschillende onderzoeksgroepen focussen op de historiografie van de linguïstiek, (para)literaire papyri en mythografie, de Griekse wijsgerige traditie in de Hellenistische en Romeinse tijd, Byzantium en het Christelijk Oosten en de vergelijkende Indo-Europese taalkunde. Bepaalde onderzoekslijnen garanderen de continuïteit tussen deze zwaartepunten, zo bijvoorbeeld de relatie tussen de antieke papyri en de Byzantijnse handschriftelijke traditie, de studie en editie van grammaticale en taalkundige papyri en tenslotte het onderzoek van de grammaticale en taalkundige theorievorming van in de oudheid over de Byzantijnse tijd tot in de Renaissance en het hedendaagse Grieks.
De gedoceerde colleges sluiten nauw aan bij de zwaartepunten van het wetenschappelijk onderzoek: de focus ligt op de studie van de Griekse taal en literatuur door de eeuwen heen en de kritische 'close reading' van Griekse teksten, met aandacht voor zowel taalkundige analyse, literaire en cultuurhistorische interpretatie als tekstkritiek.
Tot de opvallendste concrete realisaties van onze onderzoeksactiviteit behoren de Series Graeca van het Corpus Christianorum, de vermaarde reeks kritische tekstuitgaven van Byzantijnse en Christelijke Griekse auteurs; de digitale papyruscollectie Catalogue of Paraliterary Papyri; de geannoteerde online bibliografie over de mythograaf Apollodorus (ABEL); de portaalsite Greek Grammar on the Web. Daarnaast verzorgt de Onderzoekseenheid Griekse Studies ook een aantal publicaties.
De OE Griekse Studies maakt deel uit van het Instituut Klassieke Studies. Dit instituut vormt een koepel van diverse Leuvense onderzoekseenheden en organisaties die hun onderzoek of activiteiten richten op de geschiedenis, cultuur, literatuur en het ideeëngoed van de Oudheid en de receptie daarvan in de West-Europese cultuurgeschiedenis.